Kind op Maandag
De profeet Samuël hoort als kind de stem van God. Als hij volwassen is, spreekt hij namens het volk met God. Hij zalft koning Saul, de eerste koning van het land. Na Pinksteren gaan de verhalen over Samuël verder. Met Hemelvaart en Pinksteren lezen we de verhalen die bij deze feesten horen, over de hemelvaart van Jezus en de komst van de heilige Geest.
Week 21 (18/05 – 22/05): Nu mag jij! – Handelingen 1:12-26; 2:1-13.14-40
Jezus had twaalf leerlingen, maar na Pasen is Judas er niet meer. Daarom moet er een nieuwe leerling bij komen: Mattias. De leerlingen ontvangen de heilige Geest, Gods kracht uit de hemel. Petrus vertelt dat God al heel lang met mensen op weg gaat en dat die weg ook nu nog verder gaat.
_____________________________________________________________________________________________________________________
We lezen in deze periode over twee koningen. Koning Saul doet niet wat God van hem vraagt. David uit Betlehem wordt gezalfd om later de nieuwe koning te worden. Als Saul somber is, komt David muziek voor hem maken. Later wordt koning Saul jaloers en moet David voor hem vluchten.
Week 22 (25/05 – 29/05) – Wat doe je nou? – 1 Samuel 13:1-14 en 15:1-31
Saul voert oorlog tegen de Filistijnen. Als Samuel komt, vraagt hij aan de koning hoe hij zo dom heeft kunnen zijn. Een tijdje later krijgt Saul de opdracht om de Amalekieten te verslaan. Hij maakt eigen keuzes in plaats van gehoorzaam te zijn. Daarom kan hij uiteindelijk geen koning blijven.
Week 23 (01/06 – 05/06) – Ik zing voor jou – 1 Samuel 16:1-23 en Psalm 23
Saul kan geen koning blijven; daarom moet de profeet Samuel een nieuwe koning zalven. Hij gaat naar Betlehem, waar de zonen van Isaï aan hem worden voorgesteld. De oudste zonen zijn groot en sterk. De kleinste is David: hij wordt later de nieuwe koning van Israël. Als koning Saul somber is, gaat David muziek voor hem maken. We horen ook een lied dat David zong: ‘De Heer is mijn herder’.
Week 24 (08/06 – 12/06) – Ik ben niet bang – 1 Samuel 17 en Psalm 27
De reus Goliat beledigt het leger van Saul en de God van Israël. Niemand durft met hem te vechten, behalve David. Hij verslaat de reus.
Week 25 (15/06 – 19/06) – Wegwezen hier! – 1 Samuel 18-19:17
David wordt harder toegejuicht dan koning Saul. Daarom wordt de koning jaloers en moet David vluchten. Hij wordt geholpen door Michal, de dochter van Saul. Zij legt een godenbeeld in bed en zegt dat David ziek is, zodat hij de tijd heeft te vluchten.
Week 26 (22/06 – 26/06) – Help je mij? – 1 Samuel 19:18-21:16
David vlucht naar het profetenhuis in Rama. Als de soldaten hem daar komen ophalen, raken ze in vervoering. Dat gebeurt ook met koning Saul. Later wordt David geholpen door Jonatan, de zoon van de koning.
Week 27 (29/06 – 03/07) – Aan de kant! – 1 Samuel 24-25 en 2 Samuel 1-2:7
Koning Saul doet zijn behoefte in een grot waar David en zijn vrienden verstopt zitten. Dat is Davids kans om de koning te verslaan. Maar dat doet hij niet: in plaats daarvan snijdt hij een stuk van de mantel van Saul. Uiteindelijk wordt David koning nadat Saul is omgekomen in een oorlog met de Filistijnen.
Week 28/34 (06/07 – 10/07 of 17/08 – 21/08) – Dit gaat te ver! – 2 Samuel 6 en 11-12
Als de ark naar Jeruzalem wordt gebracht, danst David in een priesterhemd. Zijn vrouw vindt het een koning onwaardig. Als David Batseba bij zich laat komen en Uria laat omkomen in de strijd, krijgt hij bezoek van de profeet Natan. Die laat hem door een verhaal ontdekken dat hij te ver is gegaan.
Week 29/35 (13/07 – 17/07 of 24/08 – 28/08) – De Bijbel, wat is dat voor een boek? – Ballingschap / Lucas 1:1-4
Deze week maken de kinderen kennis met de Bijbel. We lezen over de boekrol die wordt voorgelezen in Jeruzalem en over Lucas, die zijn evangelie schrijft.